Vervlaamsen: hartstikke nodig als je op Vlamingen mikt

De Vlaming vrijt niet met een kapotje, maar met een condoom. Het liefst eentje dat niet kapot is. Anders moet hij negen maanden later trakteren op suikerbonen (beschuit met muisjes). Hij eet geen tosti’s, maar croque-monsieurs. En ook geen harde bolletjes met jam, wel pistolets met confituur. Een jus d’orange bestelt hij alleen in Frankrijk. Thuis drinkt hij appelsien- of sinaasappelsap. Stelt hij zijn griepprik te lang uit? Dan zegt de dokter ‘vijgen na Pasen’ (mosterd na de maaltijd). Boeiend, die taalverschillen tussen België en Nederland. Maar wat als je als Nederlands bedrijf mikt op de Vlaamse consument? Dan laat je je teksten toch lekker vervlaamsen, joh!

Vervlaamsen: hartstikke nodig

Bepaalde woorden en uitdrukkingen die in België tot de standaardtaal behoren, klinken Nederlanders exotisch of onbekend in de oren. Omgekeerd geldt dat ook. Dat leidt soms tot spraakverwarring. In een face-to-facegesprek vraag je om duiding als je het hoort donderen in Keulen. Maar je schriftelijke communicatie? Die gaat de mist in als je de lezer niet in zijn vertrouwde taal aanspreekt.

Je teksten een-op-een overplanten naar de buren, loopt zeker en vast (vast en zeker) met een sisser af (in Vlaanderen: mislukken; in Nederland: geen ernstige gevolgen hebben). Benieuwd naar meer typisch Belgisch-Nederlandse woorden? Download hier ‘Hoe Vlaams mag uw Nederlands zijn?’ van Ludo Permentier en Rik Schutz (De Standaard, januari 2015).

Verslik je niet in cultuurverschillen

Ook culturele verschillen en fenomenen met een geografische beperking kunnen roet in het eten gooien. Vlamingen hebben een baksteen in de maag, plegen vluchtmisdrijf en werken als zelfstandige of freelancer voor een kmo. Nederlanders willen gewoon graag een huis, rijden door na een ongeval en werken als zzp’er voor een mkb. De Vlaming heeft een dikke nek, de Nederlander kapsones. In België betalen we onze frieten met Bancontact in de frituur, maar in Nederland moeten we onze patat pinnen in de snackbar.

Lang verhaal kort: wil je als Nederlands bedrijf hoge toppen scheren (succesvol zijn) in Vlaanderen? Laat je teksten dan door mij onder handen nemen. Klanten zoals Greetz gingen je alvast voor.

Lees volledige artikel >

Verkoopbrief schrijven? Trap niet in de Love Island-valkuil

Beter geen verkoopbrief dan een slechte …

Er is maar één ding haast even irritant als Love Island: een slechte verkoopbrief. En er zijn nog treffende gelijkenissen tussen beide ergernisopwekkers ook. Zo schieten ze allebei met hagel in de hoop om toch maar íéts te raken. Er komt veel borstklopperij bij kijken. En naast een schreeuw om aandacht en een overdosis gezwam, hebben ze weinig om het lijf. Verkoopbrief schrijven? Check dan deze do’s-and-don’ts.

Vleeskeuring met een missie

Voor wie de vermaledijde datingshow nog niet heeft gezien, eerst een duiding: trek een blikje would-be influencers met fitnesslijven open. Giet het uit in een villa met Barbie-allures op Gran Canaria. En laat de deelnemers:

  • hun koopwaren etaleren in een non-stopbadpakkenparade;
  • gênante spelletjes spelen en oeverloos zwetsen;
  • de ultieme missie volbrengen: koppeltjes vormen.

Leid je koppeldrang in goede banen

Met een verkoopbrief ambieer je iets gelijkaardigs: je product ‘koppelen’ aan een potentiële koper. Een veelgemaakte fout: in het wilde weg mikken op alles wat beweegt. Een beetje zoals de mannetjes en wijfjes in het vakantiehuis. Die besnuffelen elkaar oppervlakkig. Geen ‘klik’? Dan ruilen ze de ene kandidaat in voor de andere. En dat gaat zo maar door tot er uiteindelijk eentje toehapt – uit verveling of bij gebrek aan beter.Conclusie: verspil je energie niet aan de verkeerde doelgroep. Bepaal wie écht iets aan jouw product heeft, en vuur gepersonaliseerde munitie af. Stuur liever 50 gerichte brieven die een hoge conversie opleveren, dan 1000 waarvan er 999 in de prullenmand belanden (in Love Island: een potje snotteren op de sofa en dan verongelijkt huiswaarts keren).

Hang niet de blaaskaak uit in je verkoopbrief

De tweede misser: een boodschap die klinkt als een egotrip vol overdrijvingen en halve waarheden. “Wij dit en wij dat en wij zus en wij zo.” Het zal de ontvanger worst wezen. De enige vraag die jouw potentiële klant zich stelt: “Hoe word ik hier beter van?” Met een verkooppraatje gehuld in klatergoud kom je van een koude kermis thuis. Consumenten zijn kritisch, goed geïnformeerd en (terecht) achterdochtig. Kruip liever in de huid van je klant om te ontdekken wat hij nodig heeft. En stem daar je boodschap op af – eerlijk, relevant en oplossingsgericht. Zo sla je hem makkelijker aan de haak, en blijft hij wellicht nog hangen ook. In Love Island-termen: een blijvertje.

Wees overtuigend, niet vrijpostig

Ongewenste intimiteiten, nog zo’n domper. Hier wijkt de slechte verkoopbrief enigszins af van het Love Island-concept. Op Gran Canaria geven de deelnemers vanaf dag 1 gewillig hun persoonlijke ruimte op. Ze slapen in te kleine bedden om handtastelijkheden te stimuleren. En de weg naar de overwinning is bezaaid met onzedigheden.

De commerciële brief blijft doorgaans kuis, maar voelt niettemin alsof de verkoper zich aan je vergrijpt. Zoals winkelpersoneel dat zich op je stort zodra je aarzelend binnenwandelt. De bedoeling is om te overtuigen en aan te zetten om iets te doen. Bijvoorbeeld met een wervende call to action waarbij je eerst iets geeft (korting, welkomgeschenk, informatie, …) en dan pas iets vraagt. Ben je té opdringerig? Dan maakt de ontvanger zich snel uit de voeten. Een verkoopbrief die je klanten op galante wijze prikkelt en verleidt? Ik schrijf hem met plezier voor jou!

Lees volledige artikel >

Verkleinwoorden: overdaad schaadt

Verkleinwoorden: spring er spaarzaam mee om

“Met mijn ventje mosselkes eten aan ’t zeetje.” Op de foto: een manspersoon van om en bij de 130 kilo droog aan de haak, een pot jumbomosselen en een deel van de 750.000 kilometer grote Noordzee. Vanwaar dan die irritante verkleinwoorden? Infantiel gekwek staat al jaren in mijn top 5 van taalkwellingen. Tot mijn grote ergernis rukt het onnodige gebruik van diminutieven op. Tijd om paal en perk te stellen aan de kneuterigheid!

Jofele tafereeltjes

Op de sociale media zijn ze schering en inslag, die vermaledijde verkleinwoordjes. Ze dienen vooral om te benadrukken hoe gezellig we het toch hebben. Een aperitiefje met de collegaatjes. Een museumpje meepikken met het mamaatje. Samen met de kindjes eendjes voeren in het parkje. Snoevers die hun dagelijkse bezigheden een aura van leukigheid toedichten.

Door een roze bril

Verkleinwoorden zijn ook handig om te verbloemen. Daarom krijg je de rekening vaak in eurootjes gepresenteerd (gevolgd door ‘saluutjes’). De dokter geeft je een spuitje (gevolgd door ‘auwkes’). Je vertelt een leugentje om bestwil. Je drink pintjes of bubbeltjes (voorafgegaan door ‘schollekes’). Je rookt sigaretjes. En je noemt je brutale puber een boefje (gevolgd door een oorveeg). Diminutieven verzachten nu eenmaal de bittere pil.

Een bittertje bij het biertje

In de horecasector is de verkleutering echt stuitend. Hoe duurder het restaurant, hoe meer verkleinwoorden. Sla een menukaart open, en je wordt naar je kindertijd gekatapulteerd. Alsof je bij Tante Terry en Nonkel Bob op schoot zit. Schuimpje, vleugje, lepeltje, plakje, reepje, stukje, zoetje, bittertje, knabbeltje, toetje, sapje, proeverijtje, wijntje, biertje, … Journalist Patrick Van Gompel is dan ook een man naar mijn hart. In zijn culinaire recensies voor Foodtaster.be geeft hij restaurants die weinig verkleinwoorden gebruiken een positieve vermelding.

Toedeloe!

Ik moet eerlijkheidshalve ook een mea culpa(atje) slaan. Klanten met wie ik een informele of haast amicale relatie heb, krijgen van mij vaak groetjes. Omdat de professionele passe-partout ‘met vriendelijke groet’ wat stroef(jes) klinkt. Iemand minder schlemielige alternatieven? Dan zeg ik alvast ‘mercikes’! O ja, ook in de aanhef van je brief of mail hou je het best professioneel.

Lees volledige artikel >

Vacature(luurs)

Vacature schrijven? Neem een copywriter onder de arm

Een vacature schrijven: de meeste hr-managers hebben er geen kaas van gegeten. Ga maar eens snuffelen in de schrijfgedrochten op jobsites. Slaapverwekkende brouwsels die een tien voor tuttigheid verdienen. Voorgekauwde kost met wervingskracht nul. Of dikdoenerig jargon als een filter tegen niet-ingewijden.

Ik neem het hr-managers niet kwalijk. Vacatures schrijven is tenslotte hun vak niet. Maar willen ze de juiste kandidaat op de juiste plek krijgen? Dan kloppen ze beter aan bij een copywriter (m/v). Het liefst eentje die van wanten weet (voor de hr-mensen: hands-on).

Dooddoeners

De grootste fout die rekruteerders maken: ze proppen een overdosis jeukwoorden in hun teksten als ze een vacature schrijven. Flexibel. Klantgericht. Proactief. Teamplayer. Dynamisch. No-nonsense. Out of the box.

Langgerekte geeuw. Van holle woorden wordt een kandidaat niet wijzer. Ze hebben geen overtuigingskracht, en spreken niemand aan.

Neem nu ‘flexibel’. Wat betekent dat? Moet de kandidaat de spreidstand van Kim Clijsters evenaren? Bereid zijn om buiten de kantooruren te werken? Zich snel aanpassen aan nieuwe omstandigheden? Zég dat dan gewoon. Hands-on is nog zo’n platitude. Wat is er mis met een praktische mentaliteit, een doener, of iemand die dingen gedaan krijgt?

Hoe preciezer de formulering, hoe groter de kans dat een geschikte kandidaat (voor de hr-managers: witte raaf) reageert.

Schone schijn

Ook jammer: dure woorden om een vermoeden van gewichtigheid te creëren. Zo zijn er bedrijven die zich profileren als een disruptor. Klinkt als een voorhistorisch beest dat de gevestigde orde wil verscheuren. De lead nemen in een project. Levelen met je collega’s. Up to speed zijn met trends. Bah, allemaal truken van de foor om te pochen met je bedrijf. Of om de functie belangrijker te doen lijken dan ze is. Wie krijg je dan op de afspraak? Blaaskaken die de schijnvertoning slikken.

Een karrenvracht flaters

Taalfouten kunnen ook niet door de beugel. En toch duiken ze in haast alle vacatures op. Curriculum vitae wordt voortdurend verkeerd afgekort. Het is niet CV, noch C.V of c.v, maar gewoon cv. Samenstellingen met manager worden aaneengeschreven: peoplemanager, marketingmanager, salesmanager, … En ze krijgen in principe geen hoofdletter. Je schrijft b2b (niet B to B of B2B). Iemand is niet ‘beter als’, maar ‘beter dan’. En het is niet ‘de functie dewelke’ maar ‘de functie die’.

De lijst is eindeloos. De tolerantie van de kandidaat is dat niet. Laat je tekst dus nalezen voor je hem online gooit. Beter nog: laat je vacature schrijven door een copywriter. Zo overtuig je de juiste sollicitant, en poets je meteen ook je bedrijfsimago (voor de hr-managers: employer brand) op.

Lees volledige artikel >

Samenstellingen: maak komaf met langewoordenfobie

Samenstellingen: aaneenschrijven graag

‘Dag soep’, las ik op de menukaart van de brasserie. Wat vriendelijk, dacht ik meteen. Hier groet men zelfs de soep! Het menu zag er veelbelovend uit. Ik kon plukken uit gerechtjes met ‘volle grond groenten, ‘aard peer’, ‘bos champignons’, ‘eenden borst’, ‘bloemkool puree’, … Maar door al die spaties raakte ik de kluts kwijt. De regel is nochtans simpel: schrijf samenstellingen aaneen.

Van nachtwinkel tot arbeidsongeschiktheidsverzekeringsformulier

Even opfrissen: een samenstelling is een woord dat uit twee of meer delen bestaat die ook zelfstandig voorkomen: boeken + kast = boekenkast. Tafel + tennis + speler = tafeltennisspeler. Vrije + markt + economie = vrijemarkteconomie. Toch schrijven veel mensen die woorden los. So what, hoor ik je denken. Dood ga je er inderdaad niet van. Maar overbodige spaties doen je lezer struikelen, en wijzen op een beperkte taalbeheersing. Soms zorgen ze ook voor interpretatiefouten.

Onjuist spatiegebruik

Rijbewijs voor zeventien jarigen

Wat bedoelt de auteur hiermee? Krijgen zeventien jarige jongeren een rijbewijs? Nee, jongeren kunnen vanaf hun zeventiende een rijbewijs halen: rijbewijs voor zeventienjarigen.

Kapsalon zoekt permanent model

Moet die dame áltijd ter beschikking staan? Gelukkig niet. Ze moet zich alleen een krullenbos laten aanmeten: permanentmodel.

Weg werkzaamheden

Weg met die werkzaamheden! Oeps, er zijn gewoon wegwerkzaamheden aan de gang.

Uitzondering bevestigt de regel

Volg je de hoofdregel? Dan zit je bijna altijd goed. Deins er dus niet voor terug om zelfs lange samenstellingen in één woord te schrijven: pindakaasliefhebber, onroerendgoedbelasting, papierfabrikantenvereniging, …

Natuurlijk zijn er speciale gevallen en uitzonderingen, zoals:

  • klinkerbotsing: astma-aanval (versus astmapatiënt), functie-inhoud (versus functieclassificatie), twee-eenheid (versus tweegangendiner)
  • samenstellingen met afkortingen: IT-kennis, tv-programma, cd-speler, …
  • samenstellingen met cijfers of symbolen: jaren 80-muziek, 50-plusser, x-as, …

En hoe zit het met eigennamen in een samenstelling? Wel, die schrijf je in principe ook aaneen. Maar om de leesbaarheid te vergroten, mag je eventueel een streepje zetten: Apple-computer of Applecomputer, Bowie-fan of Bowiefan, Anderlecht-speler of Anderlechtspeler, …

Alles weten over deze materie? Taaladvies, Onze Taal en Taalunieversum maken je wegwijs. Scrabblefan? Met de drieledigesamenstellingenverzameling win je voortaan altijd!

Lees volledige artikel >

Interpunctie op steroïden

Interpunctie op z’n Amerikaans

De Amerikaanse president is een grote liefhebber – a huuuuuuge fan – van het uitroepteken. Hij zou het in 76 procent van zijn tweets gebruiken. Waarom ook niet? De inhoud is doorgaans ondergeschikt aan de doelstelling: aandacht krijgen, zichzelf ophemelen, gezwollen uitspraken doen, … Met uitroeptekens zet hij zijn mannetjesputtertaal extra kracht bij, wellicht om die verwijfde goudfazantkuif te compenseren.

Trump is helaas niet de enige die uitroeptekens ejaculeert. De luidkeelse opmars van het interpunctiemormel zal wel iets te maken hebben met de sociale media: brullen om op te vallen tussen al het andere gebrul.

Interpunctie: trop is te veel

Koop nu!!! Alleen hier te verkrijgen!!! Laatste kans!!!

Als ik zoiets lees, grijp ik spontaan naar mijn oren. Het geschreeuw spat van het scherm, alsof iemand door een megafoon staat te gillen. Drie uitroeptekens zijn er sowieso twee te veel. Eentje mag, mits je het juist gebruikt. Maar niet achter elke zin, en al helemaal niet in veelvouden.

Leestekenverspilling

Het lucullisch gebruik van leestekens is een vrij recent, doch bijzonder irritant verschijnsel. Ooit sprongen we er spaarzaam mee om. We plaatsten een vraagteken achter een vragende zin. En we schreven een uitroepteken om een emotie weer te geven: van boosheid en enthousiasme tot verbazing en angst. Vandaag zijn we zo kwistig met leestekens dat ze hun meerwaarde verliezen. Stop er dus mee, tenzij je wil trompetten à la Trump.

Kleine letters graag

Ook met kapitaalschrift strooien we als ware het confetti in een carnavalsoptocht. Van te veel hoofdletters krijgt je lezer een punthoofd. Omdat de letters op elkaar lijken, leest een tekst in hoofdletters moeilijker. Bovendien komt kapitaalschrift ook lawaaierig en opdringerig over – het tegengestelde van wat je wil bereiken.

Mijn advies: vraag je bij elk uitroepteken af of het écht nodig is. Zo niet, dan schrap je het. Heerlijk toch, ballastvrije teksten!*

*Zoveel enthousiasme verdient een uitroepteken.

Lees volledige artikel >

Copywriter: 10 procent Don Draper, 90 procent Peggy Olson

Copywriter in het Mad Men-tijdperk

“Liefde bestaat niet. Wat jij liefde noemt, is bedacht door jongens zoals ik om nylonkousen te verkopen.”

Het is maar een van de vele krasse uitspraken van Don Draper. Je weet wel, de copywriter slash executive director die in het sublieme Mad Men aan de lopende band pitches bedenkt en slogans uit zijn mouw schudt. Een feilloos gestreken mouw trouwens, assorti met gladgekamd brillantinehaar en een broek met een perfecte plooi.

De gladde praatjesmaker en notoire schuinsmarcheerder zuipt sloten whisky en steekt al kettingrokend pluimen op zijn hoed in een succesvol reclamebureau in Manhattan. We spreken jaren zestig. In het huidige #MeToo-tijdperk zou Don Draper gevierendeeld worden door een meute geschoffeerde vrouwen. De tijden zijn veranderd, maar hoe zit het met copywriting? Heeft dat nog iets vandoen met de stiel in Mad Men?

Roken was gezond

Vroeger volstond ‘pure’ copywriting om klanten binnen te rijven. Toen we nog geen informatie van het internet konden plukken, geloofden we dat sigaretten ons gezond en gelukkig maakten. Gewoon omdat gewiekste adverteerders à la Don Draper ons dat inlepelden via creatieve reclamespotjes en -affiches. We slikten het als zoete koek. Dat donuts tjokvol vitamines zaten. Dat mierzoete candybars je eetlust remden. En dat je minstens drie keer per week rood vlees moest eten.

Weg begoocheling!

Hoe anders gaat het er vandaag aan toe! Ja, er komt nog veel vindingrijkheid kijken bij copywriting. En er zijn copywriters die zuiver creatief werk doen – al dan niet met brillantine in hun haar. Maar het leven van de gemiddelde copywriter is een pak minder glamoureus – en desastreus – dan dat van Don Draper. En er komt veel meer aan te pas dan boude baselines bedenken.

Van copywriter naar content

Zoek in Van Dale ‘copywriter’ op, en de Dikke vertelt je dat het een tekstschrijver is voor advertenties en dergelijke. Punt. Ook Merriam Webster houdt het op ‘a writer of advertising or publicity copy’. Toch valt al die andere copy die niets met reclame te maken heeft óók onder de noemer copywriting. Websites, brochures, blogs, nieuwsbrieven, … het is allemaal copy. Of content zo je wil: kennis die je deelt om je doelgroep warm te maken, om vervolgens met ‘pure’ copy de vis aan de haak te slaan. Copy is meer ‘in your face’, terwijl content subtiel verpakte reclame is. Want ook daarmee wil je uiteindelijk een product verkopen of een bedrijf promoten.

Van spotlights naar stoffige kamertjes

Mag ik mezelf dan wel copywriter noemen, terwijl mijn vak mijlenver afstaat van dat van Don Draper? Toch wel. Don Draper maakte indruk op zijn klanten en trok de aandacht van de doelgroep met plaatjes en praatjes. Maar het was copywriter Peggy Olson die de aandacht vasthield met de tekst die erop volgde. Zij deed het roemloze denk- en schrijfwerk achter de schermen terwijl Don Draper de schoft uithing, vrouwen in katzwijm deed vallen en met de eer ging lopen.

De eerstvolgende keer dat iemand mij vraagt wat een copywriter zoals ik doet, antwoord ik: 10 procent Don Draper en 90 procent Peggy Olson. We delen nog dezelfde voornaam ook.

Lees volledige artikel >

E-mailaanhef: waarom ophef maken?

E-mailaanhef: maak geen blunders

Iedereen wordt graag beleefd en correct aangesproken. Toch lappen veel mensen de etiquette aan hun laars. Ze verifiëren de naam van de ontvanger niet. Ze noemen je ‘meneer’ terwijl je ‘mevrouw’ bent. Of ze spreken je overdreven formeel aan, om dan op een luchtig toontje over te schakelen. Wil je je lezer niet op de kast jagen? Begin je tekst dan met de juiste e-mailaanhef.

Formele e-mail

Bij een formele e-mail hoort een dito aanhef. Omdat ‘Geachte’ nogal stroef en ouderwets klinkt, schrijf je beter gewoon ‘Dag’, gevolgd door ‘meneer’ of ‘mevrouw’ en de familienaam van de ontvanger. Zoals in: Dag mevrouw Van der Auwera.
Ken je alleen het geslacht? Dan wordt het ‘Dag meneer’ of ‘Dag mevrouw’.
Als je de familienaam en het geslacht niet kent, schrijf dan ‘Dag meneer of mevrouw’.

Tip: achter de aanspreking hoef je geen komma te zetten, maar het mag wel. Zorg er gewoon voor dat je consequent bent. Plaats je een komma na de e-mailaanhef? Dan volgt er ook eentje na de groet onderaan.

Informele e-mail

Een informele e-mail mag je gerust aanvangen met ‘Dag’ of ‘Goeiemorgen’, gevolgd door de voornaam. Ben je niet zeker of je ontvanger een formele of informele e-mailaanhef verkiest? Ga dan voor de (veilige) dubbele optie:
Dag mevrouw Van der Auwera
Dag Peggy

Ken je noch de naam, noch het geslacht? Dan is een neutrale aanspreking op zijn plaats. Bijvoorbeeld ‘Dag lezer’ of ‘Dag collega’.
Het irritante ‘beste,’ is not done. De ontvanger is niet jouw beste en al helemaal geen komma.

E-mailetiquette omvat natuurlijk veel meer dan de juiste aanspreking. Krijg je er zelf kop noch staart aan? Besteed je e-mails dan uit aan iemand die wél weet hoe de vork in de steel zit: je ‘beste’ copywriter Peggy.

Lees volledige artikel >

Postkaart marketing: 10 voordelen om nú te verzilveren!

Postkaart marketing heeft zelfs in het digitale tijdperk een bestaansreden. Want een prentbriefkaart is dé manier om de aandacht te trekken van je doelgroep. En om je boodschap simpel, goedkoop en efficiënt over te brengen. Ziehier 10 pluspunten van de postkaart.

  1. Geliefd

Meer dan 30 procent van de consumenten verkiest een papieren mailing om een commerciële boodschap te ontvangen. Ter vergelijking: e-mails halen een povere score van 5 procent.

  1. Direct

Een prentbriefkaart is directer en minder omslachtig dan een brief. Je ontvanger hoeft geen envelop te scheuren, noch een brief open te vouwen. Zichtbaarheid in een oogopslag!

  1. Betaalbaar

Postkaartmailings zijn voordelig en zelfs goedkoper dan brieven. Ook voor het ontwerp en het drukwerk moet je niet al te diep in je geldbuidel tasten.

  1. Veelzijdig

Via een prentbriefkaart kun je leads genereren, je merkbekendheid vergroten, een actie aankondigen, korting geven, je websiteverkeer boosten, …

  1. Eenvoudig

Een postkaart maken is kinderspel. Een opvallend beeld met een rake boodschap op de voorkant. En een korte tekst met overtuigende call to action op de achterkant.

  1. Meetbaar

Je meet gemakkelijk de respons van een mailing via prentbriefkaart. Bijvoorbeeld door er een speciaal telefoonnummer op te zetten, een gepersonaliseerde link naar je website, een unieke (korting)code, enzovoort.

  1. Overtuigend

Een postkaartmailing ontvangen is bijna zo leuk als een ansichtkaart. Je speelt ermee in op emoties zodat je de lezer sneller aanzet tot actie.

  1. Persoonlijk

Een postkaart is rechtstreeks gericht aan de ontvanger, en dus persoonlijker dan een e-mail die je ‘in bulk’ verstuurt.

  1. Opvallend

Met een papieren kaart spring je eruit, in tegenstelling tot die ene e-mail in de digitale tsunami. Bovendien openen de meeste mensen dagelijks hun brievenbus én lezen ze hun post onmiddellijk na ontvangst.

  1. Duurzaam

Een papieren mailing is milieuvriendelijker dan een digitale: de CO2-uitstoot ligt drie tot vier keer lager. De elektronica-industrie zorgt namelijk voor een gigantische afvalberg die nauwelijks wordt gerecycleerd. Terwijl er voor de papierindustrie in Europa meer bomen worden geplant dan geoogst.

Overtuigd van de voordelen van postkaart marketing? Laat mij je prentbriefkaart bedenken!

PS Postkaartmarketing schrijf je in één woord. Ik schreef het bewust in twee woorden, net zoals de meeste mensen. Beter voor de ranking in Google dus.

Lees volledige artikel >

Out of office? Vermijd saaie standaardboodschappen!

Out of office? Laat geen saai bericht na!

Beste, van X tot X ben ik niet bereikbaar via e-mail. Ik beantwoord uw mail vanaf X. Gelieve voor dringende vragen contact op te nemen met mijn collega X.

Dit out of office-bericht doet wat het moet doen: het vertelt dat je afwezig bent, wanneer je niet bereikbaar bent, en wie tijdens je verlof eventuele vragen beantwoordt. Maar … het is saai, onpersoonlijk en voorspelbaar. Dat kan beter!

Out of office: opvallen mag

Out of office-berichten mogen gerust out of the box zijn. Zo blijven ze hangen in het geheugen, en toveren ze een glimlach op het gezicht van de achterblijvers. Inspiratie nodig? Ik schotel je graag enkele van mijn out of office-berichten voor:

  • Van 12 tot en met 19 augustus trakteer ik mezelf op een weekje in la douce France. Voor een neusverdovend verblijf tussen de lavendelvelden, een Provençaals dieet en een infuus met pastis. Vanaf maandag 21 augustus sta ik paraat om tintelende teksten te schrijven en je copy te reanimeren.
  • Van 6 tot 13 juli laad ik mijn schrijfbatterijen op. Dan speel ik toerist in eigen land, met een hoeve in Sint-Laureins als uitvalsbasis. Ja, er is internet. Ja, ik ga mijn mails lezen. Nee, ik ga niet werken. Wat dan wel? Wandelen in de polders en langs kreken en kanalen. Lezen in een hangmat. Uitgebreid tafelen (zonder de menukaart te verbeteren). En de dag plukken zonder het Groene Boekje onder de arm. Vanaf maandag 16 juli schakel ik mijn schrijversbrein opnieuw in voor jou. Tot dan!
  • De boog kan niet altijd gespannen staan. Daarom leg ik spoedig mijn pen even aan de kant. Van 12 tot en met 20 juli onderneem ik een tripje met de motor in het spoor van de legendarische Inspector Morse. Ik ruil mijn habitat in voor wollige schapen, glooiende groene heuvels en het romantische decor van de Cotswolds. Vanaf 21 juli sta ik klaar om jouw teksten (nieuw) leven in te blazen.

Zelf geen schrijverstalent? Vertrouw dan op het mijne! Ik schrijf voor jou het perfecte out of office-bericht voor een zacht prijsje.

Lees volledige artikel >

Contentwriting stilt honger naar informatie

Contentwriting maakt contente klanten

Nog niet zo lang geleden was content gewoon een synoniem voor tevreden. In mijn contreien toch. En als je het uitspreekt, leg je de klemtoon op de tweede lettergreep: contént. Ik ben contént met mijn nieuwe rok. Nu is het al content en contentwriting wat de klok slaat. Met de klemtoon vooraan: cóntent. Cóntent dit, cóntent dat. Maar wat is het nu eigenlijk?

Show the world you’re a rock star

In marketingmiddens gooit men graag met jargon. Of dat nu is om mensen zand in de ogen te strooien of iets anders, dat laat ik in het midden. Volgens ene Robert Rose, Chief Strategy Officer van het Content Marketing Institute, is traditionele marketing ‘telling the world you’re a rock star’ en content marketing ‘showing the world that you are one’. Helder.

Eerst informeren, dan binnenrijven

Als je dat vertaalt naar mijn wereld – die van de schrijverij – deel je met contentwriting kennis waarvan je lezers en potentiële klanten watertanden. Je doet dat via blogs, whitepapers, tips, noem maar op. Met copywriting daarentegen, probeer je de vis aan de haak te slaan. Je verleidt je prospect met mooie en overtuigende woorden zodat hij bij jou koopt. Verkopen met het toetsenbord dus. Via advertenties, directmail, commerciële folders, websiteteksten, …

Geslaagd huwelijk

Het mooie nieuws is dat copy en content elkaar aanvullen en versterken. Met content serveer je je (toekomstige) klant informatie die past bij zijn interesses. Je schept vertrouwen en maakt hem warm. Met copy zet je hem aan tot actie en trap je de bal binnen. Resultaat: jij contént.

Copy of cóntent nodig? Eén adres: het mijne!

Lees volledige artikel >

Personal branding

Personal branding: what’s in a name?

Onlangs kreeg ik een belletje van een masterstudente Meertalige Professionele Communicatie. Of ik een interview zag zitten over mijn ‘personal brand’ voor haar thesis. Ik hoorde het donderen in Keulen. Tuurlijk weet ik wat branding is: een gewiekste manier om de illusie van emotionele binding te wekken. Maar mijn eigen ‘brandmerk’? Daar had ik nog niet bij stilgestaan …

George Clooney in the house

Branding dus. Apple blinkt erin uit. Nike, Coca Cola en Nespresso ook. Ik kan nooit geen Nespresso meer drinken zonder aan George Clooney te denken. Dat hebben die marketingmensen slim gezien. Bij elke teug koffie doemen die sexy ogen, zilveren haardos en tandpastaglimlach op. Dan zit ik mij daar te schamen in mijn slonzige pyjama, alsof Clooney meewarig meekijkt over mijn schouder.

Ken jezelf

Een sterk merk heeft een duidelijke identiteit die zich nestelt in je geheugen en bepaalde associaties oproept. Maar branding toepassen op jezelf? Creëer je dan geen ‘verbloemde’ perceptie? Een imago dat misschien niet helemaal strookt en vroeg of laat wordt doorprikt? Volgens mensen die er iets van kennen, begint personal branding bij zelfkennis. Leer jezelf kennen vóór je jezelf in de markt zet. Graaf diep. En vraag gerust aan anderen – niet aan je moeder of je lief – welke eigenschappen en kwaliteiten ze met jou associëren.

Kies een passend plaatje en praatje

En ik maar denken dat mensen mij inschakelen omdat ik de juiste woorden uit mijn mouw schud. En dat personal branding iets is voor socialites die bezeten zijn van zichzelf en aan de lopende band selfies posten met getuite lippen. Ik heb het mis. Mensen zijn lui en vormen in luttele seconden een oordeel over jou. Je moet ze dus voor zijn en een ‘authentiek’ praatje en prentje klaar hebben. Zo sta je nooit meer met je mond vol tanden op recepties en netwerkevents. En weten je klanten dat jij het dekseltje op hun potje bent – nog voor ze met jou in zee gaan.

Wees eerlijk

Eens je jezelf gebrandmerkt hebt met de passende stempel, moet je je merk consequent uitdragen in alles wat je zegt, schrijft en doet. Van je logo, huisstijl en website tot je blogs, Facebook-berichten en publieke verschijningen. Ben je op zoek naar werk? Plaats dan geen foto’s van zuippartijen op je Facebook-pagina. Want je toekomstige werkgever gaat je gegarandeerd googelen en je socialemediaprofielen screenen. Verkoop je jezelf als SEO-expert? Zorg dan dat je eigen website scoort in Google of je bent gejost.

Een plezier om mee te werken!

Hoe zit het nu met mijn personal brand? Ik ben verzot op schrijven en een kei in mijn vak. Bescheiden, behalve als het op mijn schrijfkunsten aankomt. Ik hou ervan om taal in jouw voordeel te hanteren zodat jij ermee scoort bij je klanten. Ik neem geen vrede met middelmatigheid. Ben vlijtig, stipt en een pietje-precies. Kom altijd afspraken na om je teksten op tijd en binnen het afgesproken budget op te leveren. Sta open voor suggesties, al worstel ik soms met kritiek (eerlijk is eerlijk). Ik schrijf beknopt als het moet, langer als het mag (zoals hier). Strooi graag met alliteraties (wollige woordkitsch, valse vrienden, …). Voeg vaak een vleugje humor toe in mijn teksten. Heb een hekel aan eenheidsworst. Ook fijn om te weten: ik ben een dierenvriend, natuurliefhebber en vegetariër. Huismus, bourgondiër en levensgenieter. En bovenal: een plezier om mee te werken en je favoriete copywriter in de regio Willebroek/Mechelen/Antwerpen (en ver daarbuiten)!

Spreekt mijn merk je aan? Zet mijn schrijversbrein dan voor jou aan het werk!

Lees volledige artikel >

Google Translate: lost in translation

Vertaling via Google Translate? Lachen!

Dat Google-vertalingen niet vlekkeloos zijn, weet iedereen. De vertaalcomputer braakt zinnen uit die houterig, onbegrijpelijk of lachwekkend zijn. Alsof een dronkenlap je tekst onder handen heeft genomen. Dat komt omdat Google geen context kan interpreteren, geen idiomen herkent en vertalingen vaak een omweg maken via een derde taal.

Alleen de gemakkelijke woordjes

Ik ben er als vertaler van vlees en bloed gerust in dat de machine mijn werk niet snel zal overnemen. Toch krijgt de machine dagelijks miljoenen gebruikers over de virtuele vloer. Met korte, ondubbelzinnige tekstfragmenten gaat het soms goed. Zoals deze vertalingen van het Nederlands naar het Engels:

  • Ik ben een vertaler > I am a translator
  • Ik krijg hoofdpijn van slechte vertalingen > I get a headache from bad translations

Vertaling compleet de mist in

In uitdrukkingen, figuurlijk taalgebruik, idiomen, homoniemen, … verslikt Google Translate zich. Het resultaat is krukkig:

  • Ik krijg een punthoofd van slechte vertalingen > I get a point of chief of bad translations
  • Google Translate bakt er niets van > Google Translate does not bake anything

Op ijdele momenten hou ik Google Translate graag voor de zot (I love Google Translate for the fool).  Dan geef ik tekstjes in om de machine op de proef te stellen:

  • Vooruit met de geit! > Forward with the goat!
  • Nu breekt mijn klomp > Now my clog breaks

Google Translate heeft geen kaas gegeten van vertalen (Google Translate did not eat chease from translations). Ik gelukkig wel. Reken op mij voor al je vertalingen Engels/Nederlands, Nederlands/Engels en Frans/Nederlands.

Lees volledige artikel >

Vrouwvriendelijke taal

Beroepsnamen: m/v of neutraal?

In 2013 verving de Orde van Geneesheren het woord ‘geneesheer’ door ‘arts’. Omdat het merendeel van de afgestudeerde huisartsen vrouwelijk is, vond de Orde dat men die vervrouwelijking ook taalkundig moest doortrekken. Maar hoe zit het met andere beroepsnamen zoals directeur, coördinator en agent? Moet een vrouw zich directrice, coördinatrice en agente noemen, of zijn beide vormen mogelijk?

Vuistregels

  • Heeft het beroep een mannelijke en een vrouwelijke vorm? Gebruik de mannelijke vorm dan uitsluitend voor de man, en de vrouwelijke enkel voor de vrouw. Denk aan boer versus boerin.
  • Als je de mannelijke vorm van het beroep voor beide seksen kunt gebruiken, mag je man en vrouw hetzelfde aanspreken. De vrouwelijke vorm gebruik je uitsluitend voor de vrouw. Je zegt dus leraar tegen een mannelijke leraar, en leraar óf lerares tegen een vrouwelijke. Maar nooit lerares tegen een man …
  • Bestaat er geen vrouwelijke variant van een mannelijke beroepsnaam of is die verouderd? Dan gebruik je de mannelijke vorm voor beiden. De mannelijke bijklank van zulke woorden verdwijnt gelukkig stilaan. Zeg dus gerust dokter, minister en burgemeester tegen mannen én vrouwen.
  • Als de beroepsnaam alleen een vrouwelijke vorm heeft – veelal omdat het beroep vroeger typisch vrouwelijk was – dan ‘vermannelijkt’ de naam meestal. Soms ontstaat er een nieuwe vorm die je voor beide geslachten kunt gebruiken. Zo wordt de caissière een kassabediende, de vroedvrouw een verloskundige en de secretaresse een secretariaatsmedewerker (géén secretaris, want die heeft een ander beroep). Al mag je in een vacature ook gewoon ‘secretaresse m/v’ of ‘vroedvrouw m/v’ schrijven.

Pas op: veel vrouwen stellen het niet op prijs om met de vrouwelijke vorm aangesproken te worden omdat die het sekseverschil alleen maar benadrukt. Het gaat tenslotte over de inhoud van de functie, niet het geslacht van de persoon die het beroep uitoefent.

Taalrelletje in Frankrijk

Een paar jaar terug hield de Franse Hoge Raad voor de Gelijkheid tussen Vrouwen en Mannen een pleidooi om vrouwen zichtbaarder te maken in taal. De Raad stelde een inclusieve in plaats van ‘seksistische’ spelling voor. In de nieuwe schrijfwijze moeten woorden tegelijk een mannelijke en een vrouwelijke uitgang krijgen, gescheiden door puntjes:

  • député > député.e
  • députés > député.e.s.
  • directeur > directeur.rice
  • directeurs > directeur.rice.s

De meeste Fransen vinden het ‘gepunctueerde’ letterbeeld onduidelijk, moeilijk uit te spreken en hypercorrect. Ook de Académie Française is niet opgezet met het inclusieve schrift. Het zou de Franse taal ontwrichten en het streven naar gelijkheid alleen maar hinderen.

Lees volledige artikel >

Prikkel je lezer met positivisme

Positieve woorden

Wil je klantgericht schrijven? Gebruik dan positieve woorden die dito gevoelens en associaties oproepen. Negatieve formuleringen doen het omgekeerde: ze jagen je lezer weg en doen je boodschap teniet – zélfs als die positief is.

  • Bij ons betaal je geen onderhoudskosten.
  • Onze medewerkers laten je nooit lang wachten.
  • Aarzel niet om ons te bellen.
  • Vergeet niet om de papieren in te vullen.
  • Een feest organiseren is niet moeilijk.

De onderstreepte woorden zijn negatief of afwijzend. Je kunt ze haast altijd vervangen door positieve tegenhangers die je boodschap aantrekkelijker maken.

  • Je krijgt gratis service.
  • Onze medewerkers reageren altijd snel.
  • Bel ons gerust.
  • Denk eraan om de papieren in te vullen.
  • Een feest organiseren is gemakkelijk.

Andere negatieve woorden die je het best vermijdt: moeten, helaas, probleem, schade, weigeren, geen, onbelangrijk, jammer, spijt, slechts, maar, …

Woorden die je lezer overtuigen en verleiden: voordelen, gratis, succes, waardevol, genieten, ja, mooi, wel, bonus, belofte, besparen, exclusief, vertrouwen, veilig, …

Een tekst nodig die je lezer verleidt? Ik schrijf hem met plezier voor jou!

Lees volledige artikel >

Ambtenarees: wollige woordkitsch

Ambtenarees: afkicken graag

Een van mijn grootste taalergernissen is het gebruik van ambtenarees: ouderwetse woorden en nodeloos ingewikkelde constructies in geschreven taal. Jammer genoeg duikt de taalkwaal niet alleen op in teksten van juristen, boekhouders en staatsdienaars – typische aanhangers van stoffige parolen zoals aangaande, betreffende, alsmede en gaarne. Veel mensen denken dat het geschreven woord plechtstatig moet zijn om serieus genomen te worden. Niets is minder waar: het komt dikdoenerig over en brengt je lezer in de war. Hoog tijd om ambtenarees te verbannen!

Van saai naar simpel

Oubollige woorden maken je tekst formeel en omslachtig. Ze hebben het effect van een slaappil op je lezer, zodat je boodschap verloren gaat. De oplossing: schrijf zoals je spreekt. Gebruik frisse, hedendaagse synoniemen. En hou het kort en helder. Een voorbeeld van hoe het niet moet:

‘Uw schrijven de dato 4 maart aangaande de enquête, welke ik heb bijgesloten, noopt ondergetekende wederom tot een respons.’

Dezelfde boodschap in een verstaanbaar jasje:

‘Uw brief van 4 maart over de bijgevoegde enquête dwingt mij om te antwoorden.’

Vraag je je af welke woorden nog tot de kromtaal behoren? En wil je ze in de toekomst graag uit je teksten weren? Op Onze Taal vind je alternatieven voor ouderwets Nederlands en ambtenarees.

Geen tijd of zin om zelf je teksten af te stoffen? Vertrouw dan op de plumeau van je copywriter! 

Lees volledige artikel >

Valse vrienden

Valse vrienden / faux amis

Vrolijke vrienden associëren we voor eeuwig met het lijflied van Nonkel Bob. En foute vrienden met vier (vr)olijke veertigers die elkaar voor de camera in de luren leggen. Maar waar komt de link tussen valse vrienden en taal vandaan?

Op een dwaalspoor

Valse vrienden, faux amis, false friends, schwere Wörter, … zijn woorden die lijken op een woord uit een andere taal, en toch iets anders betekenen. Meestal zorgen ze gewoon voor spraakverwarring. Soms is het oppassen geblazen.

Verboden te fokken

Een paardenfokker heeft in het Nederlandse taalgebied een eerbaar beroep. Maar vraag nooit – NOOIT – aan een Zuid-Afrikaan of hij paarden fokt. Want dan insinueer je dat hij het met paarden doet. De kans is groot dat hij vies (boos) wordt en je aardig (naar) vindt.

Excusez le mot

In het Nederlands heeft een amateur een negatieve bijklank (prutser), terwijl het Franse amateur verwijst naar een liefhebber. Een conducteur knipt in Frankrijk geen kaartjes, maar is gewoon een bestuurder. En een horloge hangen de Fransen aan de muur, niet om hun pols.

Beware of false friends

Ook tussen het Engels en het Nederlands steken valse vrienden de kop op. Een fabric is geen fabriek, maar een stof. Een meaning geen mening maar een betekenis. En a brave dog geen brave hond maar een dappere.

Een expert in schwere Wörter aan het woord horen? Check het legendarische Duitse interview met Jean-Marie Pfaff.

Lees volledige artikel >

Waarom wordt copywriting onderschat?

Copywriting: ten onrechte onderschat

Marketing heeft design én copywriting nodig. In een ideale wereld komt éérst de copy, dan pas het grafisch ontwerp. In de echte wereld gaat het meestal andersom: de copywriter krijgt zijn opdracht aan het einde. Alsof zijn inbreng maar een bijkomstigheid is. Een achterafje. Het chocolaatje bij de koffie na een copieuze maaltijd.

Design loopt trots voorop …

… terwijl copywriting onderschat wordt en aarzelend achterop strompelt. Want de complexiteit van het ontwerpproces maakt indruk. De designer werkt met tools die voor de meesten onder ons onbekend zijn: grafische programma’s en kleurcodes, lettertypes en moodboards, wireframes en templates. Het werk van de designer is zichtbaar moeilijk. En de copywriter? Die hanteert gewoon pen en papier. Of Word en een toetsenbord. En dat kan iedereen, toch?

De copywriter serveert een afgewerkte schotel

De klant ziet alleen het resultaat, niet de inspanning die eraan voorafgaat. De copywriter werkt ijverig achter de schermen. Verricht zijn magie in stilte en eenzaamheid. Verwerkt zijn briefing, doet research, schrijft, schrapt, herschrijft, verfijnt. Dan presenteert hij de vrucht van zijn labeur: een A4’tje tekst. Wat zinnen op een blad. Geen wowfactor.

Pen, papier en passie

Wentelt de tekstschrijver zich dan in zelfmedelijden omdat copywriting onderschat wordt? Toch niet. De tekstschrijver is blij met elke opdracht die je aan hem uitbesteedt. Zelfs al rest hem weinig tijd en is het budget al grotendeels opgesoupeerd. Hij neemt vrede met de kruimels, terwijl de anderen een groot stuk van de taart achter de kiezen hebben. Want levert hij sterke copywriting af en raken zijn woorden hun doel? Dan sommeert de klant hem opnieuw, en kruipt hij gelukkig achter zijn toetsenbord. De copywriter lééft om te schrijven. Hij schrijft zelfs met plezier pamfletjes die bijdragen tot erkenning voor zijn vak.

Lees volledige artikel >

Harige muze

Muze bevordert creativiteit

Veel kunstenaars worden gedreven door de romantische prikkel van een muze – de brandstof die de creativiteit aandrijft en aan de basis ligt van artistieke scheppingen. Denk aan Dante en Beatrice. Andy Warhol en Edie Segwick. Roger Raveel en Zulma. Om nog te zwijgen over Picasso: zijn schilderstijlen lopen haast synchroon met het va-et-vient van zijn minnaressen.

Sommige artiesten putten liever inspiratie uit een harige viervoeter dan een langbenige deerne met porseleinen huid en welgevormde lippen. David Hockney verafgoodt zijn teckels. Frieda Kahlo portretteerde haar hond als een Azteekse god. En in de studio van Ai Weiwei zwaaien tientallen straatkatten de plak.

Een copywriter is geen kunstenaar – dat hoor je mij niet zeggen. Maar steekt de angst voor het witte blad de kop op? Of staat de inspiratie op een laag pitje? Dan zwengelt mijn harige muze Binky mijn creativiteit aan. Onze wandelingen zijn een vast ritueel en brengen structuur in mijn werkdag. En telkens keer ik met verse inspiratie huiswaarts. Conclusie: een hond maakt je productiever. En zou ook een prima therapeut, sociaal bindmiddel en antidepressivum zijn …

Lees volledige artikel >

Kommaneuker

Kommagebruik

De komma is belangrijker dan je denkt. Want fout kommagebruik zet je lezer op het verkeerde been:

‘Ik hou van kinderen koken en lezen.’

Tenzij je een psychopaat bent die graag kinderen kookt, zet je een komma na kinderen.

Juist gebruik van komma’s kan levens redden:

‘Eet je mee grootvader?’ is een uitnodiging om opa te verorberen.

‘Eet je mee, grootvader?’ is een verzoek aan je opa om samen te eten.

Wanneer plaats je een komma?

  • In opsommingen: Ze eet een appel, een peer en een banaan.
  • Als je een rustpauze hoort in de zin: Hij deed aan voetbal, zij aan ballet.
  • Tussen opeenvolgende persoonsvormen: Zodra je mij belt, spring ik in mijn auto.
  • Voor voegwoorden zoals maar, terwijl, omdat, … : Ik ga vroeg naar bed, maar sta ook vroeg op.
  • Voor en na bijstellingen: Meneer Verbiest, de leraar Frans, geeft ons veel huiswerk.
  • Voor of na een aanspreking: Blijf je thuis, grootvader?
  • Als de zin een andere betekenis krijgt:
    • Filip, de broer van Tim, en Nico kijken samen tv. (twee mensen kijken samen tv: Filip en Nico)
    • Filip, de broer van Tim en Nico kijken samen tv. (drie mensen kijken samen tv: Filip, Tims broer en Nico).

Zelf geen kommaneuker? Huur er dan eentje in die correct kommagebruik hanteert.

 

Lees volledige artikel >

Dood aan de spatie!

Spatie of geen spatie?

Je ziet vaak ten onrechte een spatie tussen delen van samengestelde woorden. En dat terwijl je in het Nederlands samenstellingen van twee of meer woorden zoveel mogelijk aan elkaar schrijft. Aaneen. In één woord. Zonder nodeloze spatie die tot lachwekkende en schrijnende misverstanden leidt.

  • Eet kamer is een bevel om de kamer op te eten. De eetkamer is de plek waar je een maaltijd nuttigt.
  • Speelterrein voor twee tot zes jarigen is een veld waar uitsluitend jarigen mogen spelen. Minimaal twee en maximaal zes feestneuzen die samen een heuglijke dag doorbrengen. Lijkt me vergezocht. Een speelterrein voor twee- tot zesjarigen dus.
  • Een lange afstandsloper is een sportieveling van 1,90 meter. Een langeafstandsloper loopt lange afstanden.
  • Rode wijnglas is een rood glas om wijn uit te drinken. Bedoel je een glas voor rode wijn? Dan is het een rodewijnglas, het zusje van een wittewijnglas.

Ik ben niet de enige muggenzifter die zich stoort aan het buitensporig gebruik van de spatie. Op www.spatiegebruik.nl verzamelen ze hilarische voorbeelden.

Schrijf je dan álle samenstellingen zonder spatie in één woord? Nee, dat zou te gemakkelijk zijn. In sommige gevallen zet je een koppelteken tussen de woorden:

  • bij klinkerbotsing: milieu-inspectie (versus milieuorganisatie, milieuverslag, …)
  • bij lange samenstellingen: hogedruk-gasslang (om de leesbaarheid te bevorderen)
  • bij samenstellingen die eindigen met een symbool, letter of cijfer: nummer 1-prioriteit, vitamine C-kuur
  • bij samenstellingen met uitheemse woorden: a-capellagroep (versus: a capella), haute-couturezaak (versus: haute couture)

En hier houden de uitzonderingen helaas niet op. Geen nood: de woordenlijst van de Taalunie biedt uitkomst bij twijfel over spaties en koppeltekens in samenstellingen.

Lees volledige artikel >

Verkoop voordelen

Verkoopteksten schrijven: een vak apart

Wil je meer verkopen? Focus dan op klantvoordelen in je commerciële communicatie. Want met slechte verkoopteksten verspil je tijd en geld. En wek je ergernis op bij de ontvanger omdat je hem niet ernstig neemt. Dat begint vaak met een verkeerde aanspreking of naam, gevolgd door een resem vage argumenten. Ook tenenkrullend: taalfouten en egotripperij. Ellenlange opsommingen van productvoordelen. Met hagel schieten in plaats van met scherp. Ontbreken van een call to action. En bovenal: geen antwoord op:

de hamvraag:

‘Hoe word ik er beter van?’ Dat is het enige wat je lezer interesseert – wát je ook probeert te verpatsen. Focus dus op productvoordelen in plaats van producteigenschappen. Zet geen boompje op over de hyaluron in dagcrème. Beloof een gladde huid. Hamer niet op de springveren in de matras. Verkoop een goede nachtrust. En het rendement van die warmwaterketel zal je koper worst wezen. Hij wil snel warm water tegen een voordelig tarief.

Een brief, e-mail of websitetekst die verkoopt? Vertrouw op je copywriter!

Lees volledige artikel >

Schrijf klare taal

Pleidooi voor klare taal

Mensen strooien in hun teksten graag met moeilijke woorden in plaats van klare taal. Omdat ze zich een slim imago willen aanmeten. Omdat ze denken dat complexe teksten een betere indruk maken. Of omdat ze verknocht zijn aan jargon en ambtenarees. Toch gaan zulke teksten compleet de mist in. Want als je lezer er kop noch staart aan krijgt, haakt hij onmiddellijk af.

10 tips voor helder taalgebruik

  1. Vermijd zoveel mogelijk vaktaal.
  2. Splits lange, samengestelde zinnen op in kortere, enkelvoudige zinnen.
  3. Hanteer pseudospreektaal: lees je tekst hardop. Zo hoor je meteen of hij goed bekt.
  4. Stem je woordkeuze en schrijfstijl af op je doelgroep.
  5. Gebruik actieve werkwoordsvormen: ‘een medewerker geeft het antwoord’ in plaats van ‘het antwoord wordt gegeven door een medewerker’.
  6. Focus op de essentie: wie, wat, waar, …
  7. Bouw een uniform verhaal met een logische structuur.
  8. Schrijf concreet: vermijd containerbegrippen die zo algemeen zijn dat ze geen zeggingskracht meer hebben (kwaliteit, service, dynamisch, …).
  9. Shoot your biggest gun first: zet de belangrijkste info vooraan.
  10. Schuif je ego aan de kant: schrijf voor je lezer, niet over jezelf.

Wil je het simpel houden? Huur mij in!

Lees volledige artikel >

5 redenen om géén tekstschrijver in te huren

Tekstschrijver: waar voor je geld

Je huurt nog geen tekstschrijver in, want:

  1. Je hebt tijd genoeg om zelf te schrijven – desnoods tussen de soep en de patatten.
  2. Je neemt vrede met stoffige teksten en taalblunders.
  3. Je verkoopt zo ook al genoeg.
  4. Je geeft geen barst om je imago.
  5. Je hebt er al eentje die goud waard is.

Voel je je niet aangesproken? Schakel dan wél een tekstschrijver in. Zo krijg je:

  1. knisperende teksten die je imago boosten
  2. overtuigende schrijfsels die je klanten over de streep trekken
  3. meer tijd om te focussen op je kerntaken
  4. een frisse blik van iemand die zich in de schoenen van je klanten verplaatst
  5. ultieme flexibiliteit: je schakelt mij in wanneer je mij nodig hebt – op vaste of piekmomenten, op projectbasis, tijdens vakantieperiodes, …
Lees volledige artikel >

Breek een lans voor de freelancer!

Freelance tekstschrijver op afroep

De boog van de freelance tekstschrijver staat niet altijd gespannen. Niet omdat er iets mis is met zijn arbeidsethos – au contraire! Wel omdat hij schrijfklussen opknapt als een ‘vrije lans’. Net zoals de middeleeuwse ridders waaraan hij zijn naam ontleent, is de huidige freelance copywriter geen vaste opdrachtgever toegewijd. Je huurt hem in als een tekstsoldaat: een koene avonturier die dapper zijn schrijfkunsten ontplooit wanneer je hem ontbiedt.

Van vrije lansier …

Het was Sir Walter Scott die het woord freelance lanceerde (pun intended) in zijn klassieker Ivanhoe. Gewapend met eigen lans en paard, trok de vrije lansier ten strijde. Voor om het even wie en om het even wat. Hij voerde taken uit die zijn opdrachtgevers niet konden of wilden doen. Veelal gevaarlijke opdrachten. En nog slecht betaald ook.

… tot vrije tekstschrijver

De freelance tekstschrijver voert gelukkig geen strijd op leven en dood. Hij krijgt doorgaans een redelijke vergoeding. En hij neemt je onbevreesd taken uit handen waarvoor je zelf geen tijd of aanleg hebt. Hoezo, iedereen kan toch schrijven? Ja, maar niet foutloos, wervend en doelgericht.

Je freelance copywriter is een tekstexpert die je boodschap treffend verwoordt, je merk oppoetst en je doelgroep bij het nekvel grijpt. Je verkoper op papier en op het net.

Wil je potentiële klanten tot actie aanzetten? Overtuigen met de juiste argumenten? En méér verkopen met minder moeite? Huur mij dan nú in. Ik scherp alvast mijn pen.

Lees volledige artikel >

Kunnen? Wegbonjouren!

Hulpwerkwoorden helpen niet

‘Onze algemene voorwaarden kan u vinden op onze website.’

Aargh! Zie je wat er mis is met deze zin? Welk hulpwerkwoord hier compleet overbodig is? Juist, kunnen. Hulpwerkwoorden maken een zin nodeloos lang en gekunsteld. Zo boet je tekst aan kracht in. Schrappen dus. En draai de zin meteen ook om:

‘U vindt onze algemene voorwaarden op onze website.’

Zeg nu zelf: klinkt een pak beter, toch?

Modale hulpwerkwoorden

Ook hulpwerkwoorden zoals willen, mogen, moeten en zullen maken een zin formeel en stroef. Deze werkwoorden van modaliteit (ook wel modale hulpwerkwoorden) geven de houding aan ten opzichte van het werkwoord. Van een mogelijkheid of een wenselijkheid tot een waarschijnlijkheid. Gebruik je ze wanneer je ze niet nodig hebt? Dan ondermijnen ze de kracht van je zin.

Schrijf niet:

  • Ik zou graag piano willen spelen.
  • Met dit product kunt u veel geld besparen.
  • De winkel zal gesloten zijn op 1 november.

Schrijf wel:

  • Ik wil piano spelen.
  • Met dit product bespaart u veel geld.
  • De winkel is gesloten op 1 november.

Worstel je ook met een woordverslaving? Heb je de neiging om teksten te overladen met nutteloze formuleringen? Ik zet ze voor jou op dieet!

 

Lees volledige artikel >

Dt-allergie

Dt-fouten? Vermijden graag!

Dt-fouten: de nachtmerrie van iedere taalnazi. Maal je er niet om? Dat doe je beter wél. Want dt-fouten in je professionele teksten schaden je imago. Ze geven een slordige indruk. En zorgen soms voor een verkeerde interpretatie:

‘Dader van aanslag bekend’ betekent dat men weet wie de boosdoener is. Bekend is hier het voltooid deelwoord van bekennen.

Kopt de titel ‘Dader van aanslag bekent’, dan heeft hij/zij opgebiecht. Bekent is het werkwoord in de tegenwoordige tijd. 

Ezelsbruggetje

Twijfel je of je d of dt moet schrijven in de tegenwoordige tijd? Vervang het werkwoord dan door eentje waarvan de stam niet op een d eindigt:

  • ik word (zonder t) want ik loop (niet: ik loopt)
  • jij wordt (met t) want jij loopt
  • word jij want loop jij (niet: loopt jij)
  • hij/zij wordt want hij/zij loopt
  • u wordt want u loopt
  • wordt u want loopt u

Hetzelfde geldt voor de gebiedende wijs:

  • Word wakker! (zonder t) naar analogie met Blijf wakker!
  • Wend je tot de meester! want Draai je naar de meester toe!

Hoe vind je de stam van een werkwoord?

De stam van een werkwoord is meestal de infinitief min ‘en’. In de tegenwoordige tijd voeg je een ’t ‘ toe bij de tweede en derde persoon enkelvoud. Dus:

  • jij wordt (stam + t)
  • hij/zij/het wordt (stam + t)

Pas op: als het werkwoord een lange klinker heeft, moet je aan de stam een klinker toevoegen:

  • spelen: stam is speel (niet spel) > jij speelt

Heeft het werkwoord een dubbele medeklinker? Dan moet je er eentje afhalen in de stam:

  • bakken: stam is bak (niet bakk) > jij bakt

Eindigt de ruwe stam op een v? Dan verander je die in een f. Een z wordt dan weer een s:

  • beven: stam is beef (lange klinker + v wordt f) > jij beeft
  • blazen: stam is blaas (lange klinker + z wordt s) > jij blaast

Krijg je toch nog een punthoofd van de dt-regel? Laat je tekst dan door mij nalezen. Ik speur dt-fouten en andere blunders genadeloos op!

Lees volledige artikel >

Nederlands, please!

Engelse woorden in opmars

Gebruik je graag Engelse woorden in je teksten? Prima, zolang je er niet mee overdrijft. En zeker als het leenwoord is ingeburgerd of als er (nog) geen (goed) Nederlands alternatief bestaat. Vooral in de wereld van IT en technologie zijn Engelse leenwoorden schering en inslag: van website en homepage tot downloaden. En van harddisk en cloud tot outsourcen. Geen haan die ernaar kraait.

Wanneer wordt het irritant?

  • Als je Engelse woorden gebruikt om indruk te maken, of als ze de verstaanbaarheid van je tekst ondermijnen.

Save uw file over de feasibility study in de cloud.

Huh? Waarom niet gewoon: Bewaar uw bestand over de haalbaarheidsstudie in de cloud. (in de wolken is dan weer een brug te ver)

  • Als je te achteloos met Engelse termen strooit en je teksten doorspekt met woorden zoals kids, chillen, added value, out of the box, chick, crush, epic, swag, awesome, …

Hoe zit het met anglicismen?

In het Nederlands kom je vaak ook woorden tegen die letterlijk uit het Engels zijn vertaald. Anglicismen of leenvertalingen geven een slordige indruk en getuigen van luiheid. Typische voorbeelden:

  • acteren in de betekenis van handelen – to act
  • actie nemen in plaats van actie ondernemen – to take action
  • biljoen in plaats van miljard – billion
  • hinten op in plaats van zinspelen op – to hint at
  • meer of minder in plaats van min of meer – more or less
  • meest recent in plaats van recenter – most recent
  • atmosfeer in de betekenis van sfeer – atmosphere

Liever een loepzuivere tekst? Je copywriter haalt er moeiteloos alle leenvertalingen uit!

Lees volledige artikel >